Slapen op verplaatsing

Hoe kan je het slapen op verplaatsing aanpakken? – editie feestdagen

Jingle bells, jingle bells, jingle all the way. Maar er is eerlijk gezegd weinig jingle wanneer jij moe bent, je wallen meer opvallen dan de glitter om je heen en je tegelijkertijd probeert te onthouden waar je de logeerzak, de knuffel én de cadeautjes hebt gelaten.

Tijdens de feestdagen laten sommigen het alledaagse graag even voor wat het is, schuiven ze de routines aan de kant om ze na Nieuwjaar – al dan niet strikter dan voordien – weer op te pikken. Anderen houden zich liever vast aan wat gekend is, ook in december. Alles kan, alles mag. Maar wat als je een kind hebt dat nog overdag slaapt, of eentje dat net in die lagere schoolleeftijd zit en álles bewust meekrijgt, inclusief de spanning? Hoe kan je het slapen op verplaatsing dan aanpakken?

Slapen op verplaatsing

Met kleine kinderen die regelmatig slapen, vraagt het sowieso wat puzzelwerk. Zeker als je kindje niet gemakkelijk in slaap valt op verplaatsing of erg gevoelig is voor veranderingen in routine. Maar ook bij lagere schoolkinderen komt er meer bij kijken dan ‘we leggen hem daar gewoon even in bed’. Spanning rond cadeautjes, verwachtingen, laat opblijven, logeren, misschien een vleugje FOMO… het hele pakket. Niet gevreesd: het kan en mag allemaal. Ik denk graag met je mee over hoe je het slapen op verplaatsing wat vlotter kan laten verlopen.

Zodat ‘cava’ niet je gemoedstoestand is, maar gewoon het glas in je hand!

Doe je eigen ding (ook tijdens de feestdagen)

Ik begin graag met de belangrijkste boodschap: doe waar jij je goed bij voelt en laat je niets aanpraten. Je sociaal leven is belangrijk, maar sociale verplichtingen mogen ook grenzen hebben. De feestdagen zijn óók een moment van zelfzorg, van dingen doen waar je energie van krijgt en je laten omringen door mensen die je graag ziet.

Als dat betekent dat je op verplaatsing gaat: helemaal oké.
Als dat betekent dat je liever thuisblijft: even oké.

Weet dat routines af en toe losgelaten mogen worden, en dat ‘sit back and relax’ soms een perfect geldig motto is voor Kerstmis. Vind je dat niet evident, dan mag je best eens onderzoeken hoe groot je stretchzone is. Hoeveel flexibiliteit voelt nog veilig genoeg aan zodat jij zélf mee kan genieten van een feestje? Waar ligt de grens waarop je alleen nog maar in ‘overleefstand’ staat? Je eigen grenzen mogen er zijn, maar je mag ze ook uitdagen. Niet omdat het ‘moet’, wel omdat het soms ruimte geeft als er íets meer rek in zit. En soms kom je ook tot de conclusie: ‘Nee, dit is mijn grens.’ Dat is oké.

Waar kan & wil je rekening mee houden bij het slapen op verplaatsing? 

Ik neem je even mee langs een paar grote blokken: slaapplaats, autorit, routine, slaapomgeving en bedtijd. Zie het niet als een stappenplan dat je perfect moet volgen, maar als een buffet waar je uithaalt wat voor jouw gezin werkt.

De slaapplaats
  • Is het feest bij je thuis, dan heb je het ‘comfort’ van het eigen bed. Je kan dan makkelijker rekening houden met dutjes of bedtijd. Handig is wel om te voorkomen dat je gezelschap vijf minuten voor bedtijd binnenvalt. Voor je het weet, zit je met een overprikkeld kind, een deurbel die keihard gaat op het slechtst mogelijke moment en jij die half in de gang, half in de keuken staat te wapperen tussen ‘welkom!’ en ‘sssht, slaap!’. Komt je bezoek toe tijdens een dutje, vraag hen gerust om te kloppen in plaats van te bellen, of zet de bel gewoon uit.
  • Is het feest niet bij je thuis, dan zal je kind slapen op verplaatsing. Dat klinkt stoer, maar je mag het gerust een beetje voorbereiden als jij daar rustiger van wordt. Slaapt je kind makkelijk in een draagzak of buggy, of kies je liever voor een reisbed op de logeerplek? Vraag bij de gastvrouw of gastheer of er een rustige, zo mogelijk verduisterbare kamer is. Leg je kind thuis al eens te slapen in een reisbedje of laat eens een dutje in de buggy gebeuren als dat lang geleden is, zodat het niet compleet nieuw voelt.

Want dat blijft een basisregel: hoe zekerder jij bent, hoe rustiger je kind meestal reageert. Goed begonnen is echt al half gewonnen.

De Autorit

    Een autorit kan je vriend of je vijand zijn, afhankelijk van het moment en het kind. Bij een lange rit kan het helpen om die te plannen tijdens een dutmoment of net rond bedtijd, zodat je baby of peuter een deel van de slaap in de auto doet en je hem thuis kan verleggen. Lukt dat verleggen niet, dan is dat geen mislukking. Begin opnieuw. Hou je kind 20 minuutjes wakker en herneem daarna gewoon een stukje van jullie ritueel. Bij kortere ritten vertrek je idealiter net na een dutje, zodat je kind wakker en redelijk uitgerust is. Als hij toch kort in slaap valt, is dat geen ramp: meestal zit hij nog niet in de diepe slaap en kan hij makkelijker weer schakelen.

    En soms… lukt het plannen gewoon niet. Dan ziet de realiteit er anders uit dan je intentie. Er is lawaai, oponthoud, onverwachte stops, kinderen die te vroeg of net te laat in slaap vallen. 

    Laat dan los wat je niét kan controleren. Warrige slaap hoort nu eenmaal wat bij uitstappen. Accepteren dat het die dag anders loopt dan thuis, geeft vaak meer rust dan krampachtig proberen sturen wat niet te sturen valt.

    Wil je je kind echt wakker houden in de auto, dan kan een leuke playlist, een ouder die er even naast komt zitten, een koud washandje in die kleine handen, een paar speciale “alleen-in-de-auto”-speeltjes of bij oudere kinderen een stukje schermtijd wonderen doen. Maar ook hier: geen verplichting, alleen opties.

    Routine: vasthouden én loslaten

    Doorgaans raad ik altijd aan om de routine in grote lijnen te volgen. Dus: ongeveer dezelfde volgorde van de dag, herkenbare rituelen rond dutjes en bedtijd, … . Kan je het rond de feestdagen zo organiseren dat die grote lijnen zichtbaar blijven, dan is dat mooi meegenomen.

    Maar lukt het niet, dan is dat oké. Het is niet de bedoeling dat jij aan tafel zit, fysiek aanwezig maar mentaal compleet weg, omdat je uitsluitend bezig bent met ‘oh nee, straks wordt het drama, straks is hij oververmoeid’. Probeer jezelf wat ruimte te gunnen. Eén dag die structureel afwijkt, maakt je kind niet meteen tot een chronische slechte slaper. Dagen waarop de routine min of meer gevolgd wordt, zijn veel talrijker dan de dagen waarop alles omgegooid wordt.

    Het is normaal dat sommige kinderen op verplaatsing meer tijd nodig hebben om in slaap te vallen, kortere dutjes doen of meer nabijheid vragen. Geef je kind wat extra tijd, blijf er rustig bij. Lukt het dutje echt niet, haal je kind er dan uit en accepteer dat het niet gelukt is. Je bent op een plek met mensen, vaak familie of vrienden, er is afleiding en verbinding: dat helpt om een gemist dutje te verteren. Je kan later eventueel een kort powernapje inlassen of je kind ’s avonds wat vroeger in bed leggen en de dag erna bewust rustiger houden.

    En hoe zit dat met lagere schoolkinderen?

    Bij lagere schoolkinderen ziet het plaatje er nog wat anders uit. Een lagere schoolkind slaapt meestal niet meer overdag, maar dat betekent niet dat je kind geen impact voelt van de feestdagen. Integendeel, je kind zit midden in een cocktail van prikkelverwerking, verbeelding en sociale verwachtingen. En voelt spanning rond cadeautjes, hoort stukjes gesprekken van volwassenen, vergelijkt met wat klasgenootjes doen en wil het liefst overal bij zijn. Je kind weet dat het ‘feest’ is, en in zijn hoofd staat dat vaak gelijk met ‘laat opblijven’, ‘alles mag’ en ‘ik wil niks missen’. FOMO in mini-maxi-formaat.

    Tegelijk heeft je kind nog altijd best veel slaap nodig. Een avond die een uurtje later eindigt, kan meestal prima, zeker als je de dagen errond wat rustiger houdt. Maar een reeks avonden waarop je kind ver na zijn normale bedtijd in bed belandt, kan zich wel wreken: korter lontje, meer discussies, boze uitbarstingen om ogenschijnlijk kleine dingen, of net een kind dat compleet dichtklapt.

    Wat kan helpen?

    • Voorbereiden en betrekken: vertel op voorhand hoe de dag/het feest er ongeveer zal uitzien. Wie er zal zijn, wanneer jullie ongeveer vertrekken, of jullie daar of thuis slapen. Kinderen die weten wat er komt, voelen zich vaak rustiger.
    • Samen beslissen over “hoe laat”: je kan bijvoorbeeld afspreken dat je kind met kerstavond wat langer wakker mag blijven, maar dat je op oudejaarsavond eerder kiest voor ‘wakker worden om middernacht’ of net andersom. Laat je kind mee nadenken, binnen grenzen die jij aangeeft.
    • Maak tijd voor verbinding en je vertrouwde ritueel: na een drukke dag kan samen landen helpen. Even samen ademhalen, nog een paar minuutjes nababbelen op bed, één vast verhaaltje dat je overal meeneemt. Niet ingewikkeld, wel herkenbaar.
    • Rustdagen inbouwen: als je weet dat een avond laat wordt, plan dan een vrij rustige dag erna, zonder grootse activiteiten. Kinderen recupereren sneller wanneer hun brein en lichaam de tijd krijgen om te ontladen.

    En ook hier: het hoeft niet perfect. Je mag ervoor kiezen om je lagere schoolkind eens echt laat te laten opblijven, omdat het jullie deugd doet om samen naar het vuurwerk te kijken of een spel te spelen. Je mag er ook voor kiezen om dat niet te doen, omdat je kind het gewoon nog niet goed verteert of omdat jij zelf dan drie dagen moet recupereren. Beide keuzes zijn even ‘goed’, zolang ze kloppen voor jouw gezin.

    Slaapomgeving: nabootsen wat herkenbaar is

    Of je nu met een baby, een peuter of een lagere schoolkind op verplaatsing bent: herkenning in de slaapomgeving helpt.Een reisbed met een eigen hoeslaken, een bekende slaapzak, de vertrouwde pyjama, de knuffel met dat nét wat muffe maar zo geruststellende geurtje … het zijn stuk voor stuk kleine ankers. Mijn kinderen – Stella & Clea – vullen steevast een rugzakje met ‘vertrouwde spulletjes’ van thuis waarmee ze hun slaapkamer ergens anders inrichten. Dat is een vast onderdeel van ons ‘uit-logeren-ritueel’. 

    Probeer, waar mogelijk, de slaapkamer wat te verduisteren – al is het met vuilniszakken aan de ramen. Neem gerust een ruisapparaat of het vertrouwde muziekje mee als dat thuis ook deel uitmaakt van het ritueel. Zet de kamer en de babyfoon klaar vóór je je kind naar bed brengt, zodat je niet nog een kwartier staat te modderen met stopcontacten, wifi en ideale hoeken terwijl er iemand klaarwakker in het reisbed staat te roepen.

    Spreek je af in een restaurant, dan kan een buggy of draagzak helpen om een klein slaapmomentje te creëren. Eventjes weg uit de drukte, een kort mini-ritueeltje, wat wandelen in de gang of buiten, en vaak lukt er een kort dutje of bied je je kind toch een moment van rust.

    Tijd om te slapen?

    Probeer het ritueel van thuis zoveel mogelijk te bewaren. Het mag best wat korter of langer zijn dan anders, afhankelijk van wat je kind nodig heeft. Is je kind easy-going en ga je ‘way past bedtime’ dan kan je het inkorten. Heeft je kind het moeilijk met op verplaatsing plaatsen? Liever iets meer tijd nemen en een kind dat vlot in slaap valt, dan snel-snel de kamer uit willen om vervolgens zeven keer terug te moeten gaan.

    Als je net aankomt op de feestlocatie, zal je – zeker bij peuters en lagere schoolkinderen – merken dat ze eerst even moeten wennen aan alle indrukken en aandacht, voor ze überhaupt klaar zijn om te slapen. Geef je kind die tijd.

    Ga je tegen bedtijd naar huis, dan kan je je kind al pyjamaklaar in de auto zetten, eventueel met de avondvoeding of een kleine snack al achter de kiezen. Valt je kind in slaap onderweg, dan kan je proberen om hem thuis voorzichtig te verleggen zonder het hele ritueel opnieuw te doen. Lukt dat niet, dan herneem je gewoon het laatste stukje ritueel. Je kan er ook voor kiezen je kind op het feest al echt in bed te leggen en hem pas wakker te maken wanneer je vertrekt.

    Het is soms wat zoeken: wat werkt voor jou en jouw kind, in deze leeftijdsfase? En dat mag elk jaar een beetje veranderen.

    Je hebt kinderen die overal slapen en je hebt… andere kinderen.

    Zoals je ziet, heb je best wat vrijheid om te kiezen hoe je het aanpakt. Veel hangt af van je kind: temperament, gevoeligheid, slaapbasis, maar ook van jou als ouder. Je hebt kinderen die overal slapen en bij wie je je afvraagt of ze überhaupt doorhebben dat de setting veranderd is. En je hebt kinderen die elk detail registreren, elk geluidje horen en bij de minste verandering in error-modus gaan.

    Leg de lat niet te hoog. Probeer kalm te blijven, dat is echt al de helft van het werk.

    Als je kind al een goede slaapbasis heeft, zal een dag off track geen grote problemen geven. Het kan dat je kind een slechte nacht heeft na het wegvallen van de routine, maar dat blijft zelden aanslepen. Je kent de oorzaak – drukte, laat opblijven, andere plek – en zodra die wegvalt, vinden de nachten meestal terug hun normale vorm.

    Weet je uit ervaring dat je kind gevoeliger is voor dit soort dagen, plan dan rond uitstappen of feestmomenten bewust een rustdag in met zo veel mogelijk normaal ritme. Dat geldt voor kleintjes, maar net zo goed voor lagere schoolkinderen.

    Heb je geen slaapbasis waar je kan op terugvallen? Weet dat je altijd iets kan doen! Boek gerust een moment met mij in of lees het Magazine S. (digitale slaapgids) dat je meteen op weg zet over hoe je ook tot die goede slaapbasis kan komen.

    Kies de gids die je nodig hebt hieronder:

    Slapen op verplaatsing

    En eens je kind in dromenland is, sit back and relax.  

    Prettige feestdagen,
    Anoek 
    Team SHIFT

    Klik hier om rechtstreeks naar onze gratis downloads te gaan.

    X
    0
      0
      Je winkelwagen
      Je winkelwagen is leeg