Wat heeft doorslapen te maken met slaapassociaties?

Wat heeft doorslapen te maken met slaapassociaties?  

Ik zou zo graag hebben dat mijn kind doorslaapt  

‘Ik zou zo graag hebben dat mijn kind doorslaapt’, het is zo’n zin die ergens tussen vermoeidheid en hoop in hangt, vaak uitgesproken terwijl de koffie al koud is en de nacht nog een beetje in je lijf zit. En tegelijk vertrekt die zin vanuit een beeld dat misschien wel heel begrijpelijk is maar biologisch gezien niet helemaal klopt. Want doorslapen zoals we het ons voorstellen – ogen dicht van ’s avonds tot ’s morgens zonder één moment van wakker worden – bestaat eigenlijk niet, niet voor je kind en eerlijk gezegd ook niet voor jou, hoe graag we dat soms ook zouden willen.

Slaap is geen rechte lijn die je gewoon volgt tot de ochtend, maar een cyclisch proces dat opgebouwd is uit kleine stukjes waarin we allemaal, ja ook jij, meerdere keren per nacht even (half) wakker worden. Soms zonder het te beseffen; om ons om te draaien, het deken goed te leggen of gewoon even te voelen of alles nog klopt, of alles veilig is. Precies daar zit het verschil. Het gaat niet over het wakker worden zelf, maar in wat er daarna gebeurt, want wat wij ‘doorslapen’ noemen is eigenlijk niets anders dan opnieuw in slaap vallen zonder dat je er echt bij stilstaat of zonder dat het lang duurt.

En ergens op dat punt, een beetje onopvallend maar toch heel bepalend, komen slaapassociaties binnen. Dus wat heeft doorslapen te maken slaapassociaties?

Leren slapen is ook … leren

We staan er zelden bij stil, maar leren slapen hoort eigenlijk gewoon thuis in dat rijtje van vaardigheden die een kind gaandeweg onder de knie moet krijgen, net zoals leren rollen, leren stappen, leren fietsen of leren spreken, … als hij er klaar voor is. Alleen voelt het vaak helemaal anders omdat het zich afspeelt op momenten waarop jij zelf ook wil rusten en omdat het soms gepaard gaat met emoties die net dat tikkeltje intenser zijn, waardoor het geduld dat je overdag moeiteloos lijkt op te brengen plots veel minder vanzelfsprekend voelt.

Toch is het in essentie hetzelfde proces, want ook hier gaat het over rijping, over oefenen, over herhaling en over het langzaam loslaten van ondersteuning. Dat eindeloze geduld om je kind te leren kruipen, de afstanden die je mee loopt om je kind te laten fietsen, elke dag 100 woorden herhalen in de hoop dat ze het oppikken en ook het steeds opnieuw helpen in slaap vallen tot ze het uiteindelijk zelf kunnen. 

En net zoals je kind niet sneller zal leren stappen omdat je er harder achteraan loopt, zo zal het ook niet sneller leren slapen omdat je het meer probeert te ‘forceren’, maar kan het wél helpen om te begrijpen wat er onder die slaap zit en welke mechanismen daarin een rol spelen, omdat die kennis iets verschuift in hoe je kijkt en hoe je reageert, en dat maakt dat je met iets meer draagkracht de de nachten in kan gaan. 

wat zijn slaapassociaties en waarom duiken ze ’s nachts plots op

Slaapassociaties zijn eigenlijk alle voorwaarden, handelingen of elementen die je kind linkt aan het moment van in slaap vallen; denk aan een muziekje, een voeding, gewieg, jouw aanwezigheid, een knuffel of een bepaald ritueel. In het begin werken die vaak heel ondersteunend omdat ze helpen om de overgang naar slaap te maken. Maar na verloop van tijd zie je soms dat net diezelfde associaties ook ’s nachts terugkomen. Omdat wat helpt bij het inslapen aan het begin van de nacht vaak exact is wat je kind nodig heeft om opnieuw in slaap te vallen wanneer het tussen twee slaapcycli door even wakker wordt.

Wat heeft doorslapen te maken met slaapassociaties?

En dat is op zich helemaal niet vreemd of fout, het is gewoon hoe het brein werkt, want wanneer de omstandigheden anders zijn dan bij het inslapen – wanneer de situatie niet meer helemaal klopt met wat je kind verwacht – dan is de kans groter dat het niet zomaar weer verder slaapt maar echt wakker wordt en op zoek gaat naar wat vertrouwd voelt.

Stel dat jij wakker wordt doorheen de nacht en alles is zoals gewoonlijk dan zal je onbewust verder slapen. Mocht je partner daarentegen net op dat moment niet naast je liggen of je kussen is op de grond gevallen, dan bestaat de kans dat je volledig wakker wordt. Dat is bij kinderen niet anders. Wanneer de situatie doorheen de nacht niet dezelfde is zoals bij bedtijd, bestaat de kans dat je kind wakker wordt en zich laat horen in plaats van verder te slapen.  

Als jij als ouder nodig bent om de ‘associatie’ terug te installeren of als de associatie die je kind nodig heeft op den duur de lading niet meer dekt (bvb melk vragen maar er niet meer bij in slaap vallen) kan het als ouder intens (lees: zeer lastig) worden doorheen de nacht. Dan is het oké om te kijken wat je kan veranderen.   

Goed of slecht bestaat hier eigenlijk niet

Het idee dat er ‘goede’ of ‘slechte’ slaapassociaties zijn, leeft vaak sterk bij ouders, maar in werkelijkheid bestaat dat onderscheid niet, omdat het veel meer gaat over wat werkt binnen jullie gezin en binnen jullie draagkracht. Want wat voor de ene ouder perfect oké voelt – ’s nachts even voeden, wiegen of nabij zijn – kan voor een andere ouder na verloop van tijd zwaar beginnen wegen, en dat is geen kwestie van juist of fout maar gewoon van verschil in behoefte, energie en context.

De enige vraag die er dus echt toe doet, is of het nog werkt voor jullie, en dat antwoord kan doorheen de tijd ook veranderen, omdat wat eerst helpend was op een bepaald moment meer kan beginnen vragen dan het geeft.

hoe je ermee omgaat, zonder dat het rigide wordt

Er zijn ouders die heel bewust kiezen om vanaf het begin associaties aan te bieden die hun kind zelf kan behouden doorheen de nacht, zodat ze er minder afhankelijk van zijn. Terwijl andere ouders eerder hun gevoel volgen en pas beginnen bijsturen wanneer ze merken dat iets begint te wringen. Geen van beide is beter of slechter. En naast je opvoedingsstijl, speelt hier ook het temperament van je kind een grote rol, aangezien sommige kinderen van nature makkelijker schakelen tussen slaapcycli terwijl andere net meer nood hebben aan voorspelbaarheid en herhaling.

Het komt er dus vooral op neer dat je kijkt naar wat je kind nodig heeft én naar wat voor jou haalbaar voelt, en dat je van daaruit keuzes maakt die niet geforceerd aanvoelen maar wel kloppen binnen jullie situatie.

Newborn

Bij pasgeboren baby’s zijn slaapassociaties nog niet echt een thema, omdat ze nog niet op die manier verbanden leggen en vooral nood hebben aan nabijheid, regulatie en geborgenheid bij het slapengaan. 

Maar vanaf ongeveer vier maanden zie je dat slaapcycli meer structuur krijgen en dat je kind ervaringen begint op te slaan en te koppelen, waardoor het vertrouwde een grotere rol gaat spelen. Het is eigen aan het zoogdierenbrein dat hij het gekende, vertrouwde wil herhalen. Je kind zal het wiegen, voeden, strelen, … willen, om opnieuw in te slapen. Het is geen bewuste cognitie of manipulatie van je kind, zoals soms wordt beweerd, maar eerder het vertrouwde dat je kind herhaaldelijk opzoekt. Het is de broodnodige voorspelbaarheid die hier vorm krijgt. Je kan en zal je kind dus niet verwennen maar je kan wel een gewoonte installeren die, voor jou als ouder, intens wordt.  

Vanaf 4 maanden

Ik raad aan om bij baby’s, vanaf de leeftijd van 4 maanden, in de mate van het mogelijke, associaties aan te reiken waarbij je kind niet volledig afhankelijk is van jou of te zorgen voor onafhankelijke associaties naast associaties waarbij je kind jou wel nodig heeft. Bijvoorbeeld: witte ruis die blijft spelen/herstart, een slaapzak, een vaste knuffel, …  

Wat heeft doorslapen te maken met slaapassociaties?

beginnen bij bedtijd (want daar start de nacht)

Wanneer je merkt dat slaapassociaties beginnen doorwegen, hoeft dat geen signaal te zijn dat je alles moet omgooien, maar kan het wel helpend zijn om te kijken naar het begin van de nacht. Omdat inslapen vaak aanvoelt als het eindpunt van de dag terwijl het in werkelijkheid het startpunt is van alles wat daarna komt. De manier waarop je kind in slaap valt, is vaak de manier waarop het ook probeert opnieuw in slaap te vallen wanneer het ’s nachts even wakker wordt.

Daarom loont het vaak om daar te beginnen, niet door plots alles weg te nemen, maar door geleidelijk aan te verschuiven, door je kind te blijven ondersteunen maar tegelijk kleine stapjes te zetten richting meer zelfstandigheid, op een tempo dat voor jullie haalbaar voelt.

Het opnieuw in slaap vallen (na een deel van de dut of doorheen de nacht) betreft dezelfde vaardigheid als het in slaap vallen bij bedtijd maar het is vaak moeilijker. Als kinderen al een slaapcyclus of een deel nachtslaap doorlopen hebben, is hun slaapschuld niet meer zo hoog waardoor ze moeilijker opnieuw in slaap kunnen vallen. Eens je kind vlot kan inslapen, bestaat de kans dat hij vanzelf gemakkelijker opnieuw zal inslapen doorheen de nacht, is dat niet het geval dan kan je dezelfde oefening als bij bedtijd doen doorheen de nacht. 

troost en slaap mogen naast elkaar bestaan

Wat belangrijk blijft in dit hele verhaal, is dat slaapassociaties je nooit mogen tegenhouden om je kind te troosten wanneer het dat nodig heeft, want co-regulatie is geen luxe maar een basisbehoefte, alleen kan het helpend zijn om troost en in slaap vallen een beetje los van elkaar te zien, zodat je je kind eerst helpt om tot rust te komen en daarna de ruimte geeft om zelf in slaap te vallen, zonder dat je daar elke keer volledig in moet meegaan.

En lukt dat nog niet, dan is dat geen probleem en geen mislukking, maar gewoon een teken dat je kind nog wat meer ondersteuning nodig heeft, die je dan tijdelijk kan geven tot het wél lukt.

en misschien nog dit, voor de nachten die blijven hangen

Probeer de druk een beetje los te laten, zowel voor jezelf als voor je kind, want slapen is geen prestatie en geen rechte weg, maar iets wat groeit, schuift en soms ook even vastloopt, en in dat proces is jouw gevoel als ouder vaak een betrouwbaarder kompas dan eender welke regel of methode.

Dus kijk, voel, en doe wat voor jullie klopt, ook als dat betekent dat je om 03:12 gewoon nog eens meedraait op de associatie die je kindje op dat moment nodig heeft. 

Zit je vast met slaapassociaties? Geen probleem. Laat het mij weten. Een gesprek kan (h)erkenning geven en zorgt voor ruimte om samen tot een plan van aanpak te komen. Of je kan zelf via een Magazine S. eens terugkeren naar de basis. Het Magazine helpt je om een volledige scan van de slaaphygiëne van je kind te maken en zo kan je onderzoeken wat er zou kunnen spelen bij je kind en hoe je die slaapassociaties te lijf kan gaan 😊.

🤍

Succes,
Anoek

Klik hier om rechtstreeks naar onze gratis downloads te gaan.

X
0
    0
    Je winkelwagen
    Je winkelwagen is leeg
    Scroll naar boven