En waarom dat misschien moeilijker is voor jou dan voor je kind
‘Ik verveel me.’ Er zijn van die zinnen die bij jou als ouder meteen iets in gang zetten. Niet omdat ze zo bijzonder zijn, maar omdat ze bijna automatisch een reflex oproepen.
Misschien herken je het wel. Je bent eindelijk aan die eerste koffie begonnen, je wou nog snel een wasmachine insteken of dacht, heel optimistisch, dat je vijf minuten in de zon kon zitten. En dan hoor je het. ‘Ik verveeeeeel me.’ Nog voor je goed en wel beseft wat er gebeurt, ben je al aan het nadenken. Je stelt een activiteit voor, haalt een gezelschapsspel uit de kast, vraagt of je kind wil helpen met koken of denkt aan dat knutselmateriaal dat al een tijdje ongebruikt in de kast ligt.
Voor je het weet, ben jij harder op zoek naar een oplossing voor het vervelen dan je kind.
Eerlijk? Ik herken die reflex ook bij mezelf. Niet omdat ik denk dat verveling slecht is. Integendeel. Ik geloof dat verveling één van de meest onderschatte oefenmomenten is die kinderen vandaag nog krijgen. Alleen komt dat besef meestal pas achteraf. Op het moment zelf voelt verveling vooral als iets waar ik iets mee moet doen.
En misschien is dat precies waar deze blog over gaat. Over onze neiging om elk klein ongemak zo snel mogelijk te willen oplossen. Dus … hier wat meer informatie over waarom je kind zich deze zomer gerust eens mag vervelen.
Waarom verveling vandaag zo moeilijk geworden is
Ik denk niet dat dit alleen iets zegt over onze kinderen. Het zegt ook iets over de tijdsgeest waarin we leven.
We zijn zelf een beetje verleerd om ons te vervelen
We leven in een wereld waarin er altijd wel iets te doen is. Onze agenda’s zitten voller dan ooit en onze telefoons zorgen ervoor dat we ons nauwelijks nog écht hoeven te vervelen. Als er toch een leeg moment ontstaat, vullen we het bijna automatisch op. We scrollen wat, zetten een podcast aan, beantwoorden nog snel een bericht of zoeken iets op. Stilvallen voelt bijna onnatuurlijk geworden.
Misschien zijn we verveling zelf een beetje verleerd. En misschien nemen we die reflex onbewust mee in ons ouderschap.

We willen het graag goed doen
Ook als ouder willen we het beste voor onze kinderen. We willen aanwezig zijn, verbinden, qualitytime maken en mooie herinneringen creëren. Zeker tijdens de vakantie. Alsof die zes weken niet alleen dienen om uit te rusten, maar ook om alles in te halen waar we tijdens het schooljaar te weinig tijd voor hadden.
Ondertussen zien we via sociale media uitstappen, speelparken, knutselnamiddagen en perfect gevulde vakantiedagen voorbijkomen. Zonder dat we het beseffen, kan het gevoel ontstaan dat een goede ouder vooral een ouder is die veel aanbiedt.
Dat maakt het moeilijker om een kind gewoon even te laten zoeken.
We leven in een wereld van oneindig veel keuze
Er is vandaag nog nooit zoveel mogelijk geweest. Er zijn honderden uitstappen, duizenden liedjes op Spotify en ontelbaar veel filmpjes, podcasts, speelgoed, activiteiten en zomerkampen. Dat is een enorme rijkdom. Tegelijk brengt die overvloed ook keuzemoeheid met zich mee. Want als alles kan, waar begin je dan?
Misschien herken je het bij jezelf. Je hebt eindelijk een rustige avond en besteedt vervolgens 33 minuten aan het kiezen van een film. Niet omdat er te weinig aanbod is, maar juist omdat er zoveel is. Hoe groter het aanbod, hoe moeilijker het soms wordt om te voelen waar je eigenlijk zin in hebt.
Onze kinderen groeien op in diezelfde wereld. Een wereld waarin bijna alles onmiddellijk beschikbaar is. Wil je een liedje horen? Twee klikken. Zin in een filmpje? Meteen. Nieuw speelgoed gezien? Grote kans dat het morgen al aan de voordeur staat.
Ik moet daar soms mee lachen. Onze meisjes vinden het ondertussen behoorlijk lastig wanneer een pakketje van Vinted een week onderweg is. Bijna elke ochtend komt dezelfde vraag: ‘Mama, is het er al?’
Wachten is iets geworden wat we nog maar weinig moeten doen. Juist daarom denk ik soms: hallo frustratie… en tegelijk ook: welkom.
Niet onmiddellijk krijgen wat je wil, hoort bij het leven. Niet meteen weten wat je wil doen ook. Even moeten zoeken, twijfelen of wachten zijn vaardigheden die we vandaag misschien bewuster moeten oefenen dan vroeger, precies omdat onze samenleving zo goed is geworden in het wegnemen van elk ongemak.
En dan klinkt die zin ‘Ik verveel me’ plots anders. Niet als een signaal dat jij iets fout doet. Ook niet als een oproep om meteen een activiteit uit je mouw te schudden. Misschien betekent het gewoon dat je kind nog niet weet waar het op dat moment zin in heeft. En dat is een heel gewone, heel menselijke ervaring. Misschien begint ontwikkeling net daar.
Wat gebeurt er wanneer je niet meteen ingrijpt?
Wanneer een kind zegt dat het zich verveelt, lijkt het alsof er niets gebeurt. Je kind hangt wat rond, zucht nog eens diep, komt voor de derde keer vragen of jij wil meespelen en laat je met een schuin oog weten dat het écht de saaiste vakantie ooit beleeft.
Tenminste… zo voelt het op dat moment 😉.

Waarom je kind zich deze zomer gerust eens mag vervelen
Maar onder die zichtbare verveling gebeurt er vaak meer dan we denken. Je kind is aan het zoeken. Niet alleen naar een activiteit die jij kan voorstellen, ook al lijkt dat soms wel zo. Het zoekt naar iets wat van binnenuit begint te kriebelen. Waar heb ik zin in? Wil ik bouwen? Tekenen? Naar buiten? Alleen spelen? Mijn broer erbij halen? Of misschien toch nog even helemaal niets?
Dat zoeken voelt niet altijd prettig. Er is geen onmiddellijk antwoord. En precies daarom is het zo waardevol.
Binnen de ontwikkelingspsychologie beschrijven Ryan en Deci drie psychologische basisbehoeften die belangrijk zijn voor een gezonde ontwikkeling: verbondenheid, autonomie en competentie. Die woorden klinken misschien theoretisch, maar je ziet ze elke dag terug in een gezin.
- Verbondenheid gaat over weten dat iemand er voor je is. Dat je gezien wordt, dat je gevoelens er mogen zijn en dat je bij iemand terechtkan wanneer het moeilijk wordt.
- Autonomie gaat over zelf keuzes mogen maken, invloed ervaren en ontdekken hoe iets werkt.
- Competentie is het vertrouwen dat groeit wanneer een kind ervaart: ‘Hé… ik kan dit eigenlijk zelf.’
Dat vertrouwen ontstaat zelden doordat wij meteen de oplossing aanreiken. Het groeit wanneer een kind zelf mag zoeken, iets uitprobeert, van idee verandert, opnieuw begint en uiteindelijk ervaart dat het lukt.
Misschien klinkt dat groot voor iets banaals als verveling. Maar denk eens aan een kind dat eerst tien minuten door het huis slentert, vervolgens een doos uit de kast haalt, een paar dekens verzamelt, halverwege beslist dat het toch liever dierenarts wordt dan ridder en uiteindelijk een volledig dierenziekenhuis bouwt.
Dat kind heeft niet alleen gespeeld. Het heeft mogelijkheden afgewogen, keuzes gemaakt, ideeën losgelaten, nieuwe bedacht en iets gecreëerd dat volledig uit zichzelf ontstaan is. Precies daar groeit het vertrouwen in de eigen mogelijkheden.
Dat gevoel van ‘ik kan dit’ geef je een kind niet cadeau. Het groeit doordat je kind de kans krijgt om het zelf te ervaren.
Responsief opvoeden vraagt soms vooral vertrouwen
De voorbije jaren is er gelukkig veel aandacht gekomen voor responsief opvoeden. We spreken vaker over emoties erkennen, verbinding maken en afstemmen op wat een kind nodig heeft. Dat is een prachtige evolutie.
Tegelijk merk ik dat responsief opvoeden soms wordt geïnterpreteerd alsof elk ongemakkelijk gevoel onmiddellijk opgelost moet worden. Alsof verdriet zo snel mogelijk moet verdwijnen, frustratie vermeden moet worden en verveling betekent dat wij iets gemist hebben. Maar mild, responsief of verbindend opvoeden betekent niet dat jij ieder ongemak moet wegnemen. Je merkt op dat je kind zich verveelt, erkent dat gevoel en blijft beschikbaar. Alleen hoeft beschikbaar zijn niet altijd te betekenen dat jij ook de oplossing aanreikt.
Soms is het meest helpende wat je kan doen verrassend eenvoudig:
- ‘Ik hoor dat je je verveelt.’
- ‘Dat lijkt me niet zo fijn.’
- ‘Ik vertrouw erop dat jij wel iets zal bedenken.’
Meer hoeft het soms niet te zijn. Al vraagt dat eerlijk gezegd vaak meer van ons dan van onze kinderen. Want terwijl je kind nog wat rondhangt, voel jij misschien alweer de neiging om iets voor te stellen. Niet omdat je kind dat per se nodig heeft, maar omdat jij dat lege moment ook moet verdragen. Het gezucht. Het geslenter. Het zoveelste ‘Mamaaaaa’. Het geneut dat zich langzaam door je toch al behoorlijk volle hoofd boort.
Ik herken dat heel erg bij mezelf. Als het gezaag wat blijft duren, voel ik mezelf soms ongeduldig worden. Voor ik het goed besef, ben ik alweer 23 activiteiten aan het voorstellen. Niet omdat mijn kinderen niets kunnen bedenken, maar vooral omdat ík hun gehang en geklaag moeilijk verdraag. En misschien zit daar wel de echte oefening. Niet alleen kunnen kinderen leren omgaan met verveling. Ook wij mogen oefenen in aanwezig blijven zonder meteen in actie te schieten.
Dat betekent niet dat je je kind aan zijn lot overlaat. Integendeel. Je blijft dichtbij en beschikbaar, maar je neemt niet automatisch de verantwoordelijkheid over voor ieder ongemakkelijk gevoel. Je vertrouwt erop dat je kind even mag zoeken. En dat jij het bijbehorende geneut misschien ook wel overleeft.
Kleine frustraties zijn oefenkansen
In de psychologie spreken we over frustratietolerantie. Een moeilijk woord voor iets eenvoudigs: ervaren dat een lastig gevoel niet gevaarlijk is, dat het weer voorbijgaat en dat je er stap voor stap een weg in kan vinden.
Die vaardigheid groeit niet alleen tijdens grote gebeurtenissen. Ze ontstaat juist in kleine, veilige momenten.
- Wanneer een vriendje niet kan afspreken.
- Wanneer je verliest met een gezelschapsspel.
- Wanneer je moet wachten.
- Wanneer iets niet meteen lukt.
- En ja… ook wanneer je je verveelt.
We kunnen onze kinderen niet beschermen tegen iedere teleurstelling. En misschien moeten we dat ook niet willen. We kunnen hen wel laten ervaren dat ze ermee kunnen omgaan. Niet omdat wij telkens de oplossing geven, maar omdat zij stap voor stap ontdekken dat ze zelf weer verder geraken.
Creativiteit is niet per se het doel van verveling. Ze is vaak het gevolg van de ruimte die eraan voorafging.
Dat doet me denken aan onze ochtenden thuis. Mensen die mij al wat langer volgen, weten dat onze dochters vroeger échte vroege vogels waren. We zijn er ondertussen gelukkig door 😉, maar uit die periode is één gewoonte gebleven.
Sinds ze oud genoeg waren, mogen ze vanaf 6.30 uur opstaan met hun wake-up light, maar spreken we af dat ze pas rond 7.15 uur naar beneden komen. Dat systeem is ooit vooral ontstaan vanuit praktische nood. We hadden die rust in de ochtend gewoon nodig. Ondertussen is het één van mijn favoriete momenten van de dag geworden.
Tijdens die driekwartier spelen ze op hun kamer, lezen ze, tekenen ze, bouwen ze kampen of rommelen ze wat aan. Tijdens het opruimen vind ik regelmatig kleine boekjes, briefjes of knutselwerkjes waarvan ik meteen weet: dit is van vanmorgen. Dat zijn dingen waar ze in de drukte van een gewone dag vaak niet aan toekomen.
En ja… soms voel ik me nog schuldig wanneer één van hen vraagt of ze al naar beneden mag komen en ik toch nee zeg. Maar tegelijk weet ik dat we hen niets tekortdoen. We geven hen tijd. Ruimte. Vertrouwen. En misschien is dat uiteindelijk veel waardevoller dan nog een activiteit bedenken.
Misschien is dit wel de echte oefening
Misschien is verveling geen probleem dat opgelost moet worden, maar een klein oefenmoment waarin je kind ontdekt dat het zelf keuzes kan maken, oplossingen kan bedenken en iets in beweging kan zetten.
En misschien is het tegelijk ook een oefening voor ons. Om niet elk leeg moment te vullen. Niet iedere frustratie voor te zijn. Niet ieder ongemak onmiddellijk zachter te maken. Maar om erbij te blijven. Te erkennen wat ons kind voelt. Beschikbaar te zijn. En tegelijk te vertrouwen dat er niet altijd meteen iets hoeft te gebeuren.
Misschien is dat wel één van de mooiste cadeaus die je je kind deze zomer kan geven. Niet een extra uitstap. Niet nog een activiteit. Maar tijd en ruimte om zichzelf even tegen te komen… en te ontdekken dat dat eigenlijk best meevalt.
Fijne vakantie.
Met hopelijk af en toe wat tijd om helemaal niets te doen — en net lang genoeg te wachten om te ontdekken wat daaruit ontstaat.


